← Terug naar oefeningen
Oefening 1

Vul het gesprek aan

Vier gesprekken met alles wat je tot nu toe leerde. In de woordenbank staan ook een paar woorden die niet passen. Zet de woordenbank uit als je het jezelf moeilijker wilt maken.

Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.

In de klas

Petra en Ivan zitten naast elkaar in de Kroatische les. Ze praten informeel (ti).

Woorden:aOvosismosamjesunijenisamTkosamzovešŠtosam
Petra

Bok! Ja Petra. Kako se ?

Ivan

Zovem se Ivan. Student .

Petra

I ja sam studentica! Odakle ?

Ivan

Iz Splita , ti?

Petra

Ja iz Hrvatske. Iz Belgije sam.

Ivan

Aha! je to?

Petra

je knjiga. Ona dobra!

Bij de dokter

Je voelt je niet goed en gaat naar de dokter. Jullie spreken formeel (Vi).

Woorden:stesteHvalaTkoIzsiBolestansamBokNemasmoNisamje
Dokter

Dobar dan! Kako ?

Jij

dobro. sam.

Dokter

Oprostite, odakle ?

Jij

Nizozemske .

Dokter

Dobro. Ovo voda.

Jij

!

Dokter

na čemu. Doviđenja!

Tijdens de wandeling

Marko, Ana en Petar maken een lange wandeling in de bergen. Ze praten informeel (ti).

Woorden:HvalasamonosmonijesamsamsamOvogdjeDoviđenjatamoasu
Marko

Ana, si?

Ana

Ovdje ! Umorna .

Marko

I ja umoran. A Petar? Gdje je on?

Ana

Petar je . On umoran!

Marko

Petar je sretan, ja gladan!

Ana

Ha! je kruh i voda.

Marko

, Ana!

De nieuwe buurvrouw

Tom maakt kennis met zijn nieuwe buurvrouw Marija. Ze spreken formeel (Vi).

Woorden:nijejesiKakonisamsamBoksamsamGdjestetamosmo
Tom

Dobar dan! Ja Tom. Vi učiteljica?

Marija

Da, učiteljica . A Vi?

Tom

Ja učitelj. Liječnik .

Marija

Aha! Moj sin Luka ovdje. On bolestan.

Tom

Oh ne! je on?

Marija

On je . Hvala, doktore!