Biti
Les 04 · Het werkwoord zijn
Welke vorm van biti?
Kies de juiste vorm: sam, si, je, smo, ste of su.
Ti ___ student.
Je vraagt het formeel aan de dokter.
Kako ___?
One ___ ovdje.
Gdje ___ Ana?
Mi ___ iz Nizozemske.
Je zegt dat je moe bent.
Umoran ___.
Oni ___ tamo.
On ___ liječnik.
Ja ___ iz Belgije.
Je vraagt het aan twee vrienden.
Vi ___ iz Hrvatske?
Je zegt tegen je vriendin dat ze gelukkig is.
Ti ___ sretna.
Ona ___ učiteljica.
Laat het voornaamwoord weg
Schrijf de zin zonder ja, ti, on… Let op: sam, si, je… mag dan niet vooraan staan, maar schuift naar de tweede plaats.
Zin:On je liječnik.
Zin:Ja sam umoran.
Zin:Vi ste učitelj.
Zin:Ti si student.
Zin:Ja sam iz Hrvatske.
Zin:Mi smo iz Belgije.
Zin:Ona je bolesna.
Zin:Oni su tamo.
Maak de zin ontkennend
Schrijf de zin met nisam, nisi, nije, nismo, niste of nisu. Het voornaamwoord mag je weglaten.
Zin:Mi smo iz Hrvatske.
Zin:Oni su tamo.
Zin:Ti si student.
Zin:Ona je bolesna.
Zin:Ja sam umoran.
Zin:Vi ste učitelj.
Zin:On je ovdje.
Zin:Gladan sam.
Vul het gesprek aan
Vul de ontbrekende vormen van biti in, ook nisam, nije… Boven elk gesprek staan de woorden die je nodig hebt.
Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.