← Terug naar oefeningen
Oefening 10.1

Welk bijvoeglijk naamwoord?

Het meervoud is een uitzondering, het bijvoeglijk naamwoord niet: mannelijk -i, onzijdig -a.

0 / 0 goed

___ ramena

___ učenici

___ očevi

___ imena

___ kovčezi

___ gosti

___ psi

___ stranci

___ dani

___ vremena

___ zubi

___ jezici

Oefening 10.2

Welk meervoud?

Kies het juiste meervoud. Pas op voor de gewone regels: die werken hier net niet.

0 / 0 goed

Wat is het meervoud?

dan

Wat is het meervoud?

učenik

Wat is het meervoud?

otac

Wat is het meervoud?

zub

Wat is het meervoud?

ime

Wat is het meervoud?

stranac

Wat is het meervoud?

vrijeme

Wat is het meervoud?

dijalog

Wat is het meervoud?

pas

Wat is het meervoud?

prst

Wat is het meervoud?

gost

Wat is het meervoud?

trbuh

Oefening 10.3

Zet in het meervoud

Schrijf het meervoud. Accenten (š, č, …) hoeven niet.

0 / 0 goed

Enkelvoud:kovčeg

Enkelvoud:momak

Enkelvoud:putnik

Enkelvoud:konj

Enkelvoud:mrav

Enkelvoud:rame

Enkelvoud:jezik

Enkelvoud:sjeme

Enkelvoud:novac

Enkelvoud:gost

Enkelvoud:liječnik

Enkelvoud:san

Oefening 10.4

Welke uitzondering?

Bij welke groep uit de les hoort het meervoud?

0 / 0 goed

Welke uitzondering is dit?

vrijeme → vremena

Welke uitzondering is dit?

san → snovi

Welke uitzondering is dit?

konj → konji

Welke uitzondering is dit?

kovčeg → kovčezi

Welke uitzondering is dit?

učenik → učenici

Welke uitzondering is dit?

stranac → stranci

Welke uitzondering is dit?

zub → zubi

Welke uitzondering is dit?

ime → imena

Welke uitzondering is dit?

rame → ramena

Welke uitzondering is dit?

pas → psi

Welke uitzondering is dit?

gost → gosti

Welke uitzondering is dit?

trbuh → trbusi

Oefening 10.5

Enkelvoud en meervoud

Klik links een woord aan en daarna rechts wat erbij hoort (of omgekeerd). Een paar telt als juist als je het zonder fout vindt.

0/10 paren gevonden
Reeks 1 van 2
Reeks 2 van 2
Oefening 10.6

Terug naar het enkelvoud

Je ziet het meervoud. Schrijf het enkelvoud, zoals het in de woordenlijst staat.

0 / 0 goed

Meervoud:imena

Meervoud:zubi

Meervoud:kovčezi

Meervoud:momci

Meervoud:dani

Meervoud:psi

Meervoud:učenici

Meervoud:vremena

Meervoud:trbusi

Meervoud:očevi

Meervoud:jezici

Meervoud:snovi

Oefening 10.7

Bouw de zin

Typ de zin, of tik de woorden aan in de juiste volgorde. Hoofdletters, leestekens en accenten hoeven niet. Let op: er zit soms een woord bij dat er niet in hoort.

0 / 0 goed

De leerlingen zijn hier.

Dat zijn mooie namen.

De paarden zijn groot.

De buitenlanders komen uit België.

De vaders en de kinderen zijn hier.

Waar zijn de reizigers?

De dagen zijn mooi.

De tanden zijn gezond.

De gasten zijn hier.

De koffers zijn groot.

Dat zijn nieuwe talen.

De honden zijn daar.

Oefening 10.8

Goed of fout?

Lees de zin en kies of hij klopt. Na je keuze zie je waarom.

0 / 0 goed

Bij vlak wordt de k een c: vlacovi.

ime wordt in het meervoud imena.

Het meervoud van pas (hond) is psi.

Het meervoud van učenik is učeniki.

Het meervoud van otac is otaci.

Bij stranac valt in het meervoud de a weg: stranci.

sati zijn uren, satovi zijn klokken.

Het meervoud van dan is danovi.

Het meervoud van vrijeme is vrijemena.

Een bijvoeglijk naamwoord bij gosti is mannelijk: dobri gosti.

gost is een kort woord, dus het meervoud is gostovi.

kovčeg wordt kovčezi: de g wordt een z.

Oefening 10.9

Vertaal naar het Kroatisch

Typ de Kroatische vertaling. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.

0 / 0 goed

Nederlands:de tanden

Nederlands:De honden zijn daar.

Nederlands:Waar zijn de gasten?

Nederlands:de dagen

Nederlands:de namen

Nederlands:de talen

Nederlands:de honden

Nederlands:de vingers

Nederlands:de leerlingen

Nederlands:de gasten

Nederlands:De vaders zijn hier.

Nederlands:Dat zijn mooie namen.

Oefening 10.10

Vul het gesprek aan

Vul de ontbrekende woorden in: vooral meervouden uit deze les.

Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.

Het feest

Ana geeft een feest. Haar vriend Marko komt helpen. Ze praten informeel (ti).

Woorden:supasistranciGostigostovipsijedobriočevi
Ana

Bok, Marko! su tu!

Marko

Super! A gdje su ?

Ana

Psi tamo.

Marko

A djeca i ?

Ana

Isto tamo. A ono su iz Belgije.

Marko

Oni su ljudi!

Op het station

Tom zoekt zijn koffers op het station van Zagreb. Hij spreekt een vrouw formeel aan (Vi).

Woorden:putnikputniciDoviđenjastranacOprostiteKovčezisuNizozemskekovčegije
Tom

Dobar dan! , gdje su kovčezi?

Vrouw

su tamo.

Tom

Hvala! A gdje su iz Splita?

Vrouw

Putnici ovdje. Jeste li Vi ?

Tom

Da, ja sam iz .

Vrouw

Sretan put! !