Izrazi
Les 03 · Dagdagelijkse uitdrukkingen
Wat zeg je hier?
Lees de situatie en kies de uitdrukking die past.
Een vriend zwaait naar je op straat.
Je komt ’s middags een winkel binnen.
Iemand bedankt je voor je hulp.
Je komt ’s avonds aan in een restaurant.
Je wilt op de markt weten wat de tomaten kosten.
De verkoper geeft je je wisselgeld.
Je ziet een onbekende man bij de deur staan en wilt weten wie hij is.
Je gaat slapen en wenst je huisgenoten een goede nacht.
Je stapt ’s ochtends een bakkerij binnen.
Je botst per ongeluk tegen een vriend aan.
Je neemt afscheid van de dokter.
Je vraagt een nieuwe klasgenoot hoe die heet.
Je hebt met een vriendin afgesproken voor morgen en neemt nu afscheid.
De ober praat te snel en je kan hem niet volgen.
Formeel of informeel?
Zeg je dit tegen iemand die je met ti (jij) of met Vi (u) aanspreekt?
Odakle si?
Doviđenja!
Tko ste Vi?
Bok!
Kako ste?
Oprosti!
Kako si?
Odakle ste?
Kako se zoveš?
Tko si ti?
Ovo, to of ono?
Waar is het: hier bij jou, bij de ander, of ver weg? Kies het juiste woord.
Je houdt een boek in je hand.
___ je knjiga.
Ver weg op zee vaart een boot.
___ je brod.
Je vriend houdt een potlood vast.
___ je olovka.
Je wijst naar de hond die bij je gesprekspartner zit.
___ je pas.
Je laat je eigen telefoon zien.
___ je telefon.
’s Nachts wijs je naar een ster aan de hemel.
___ je zvijezda.
In de verte zie je een berg.
___ je planina.
Je proeft van de wijn in je eigen glas.
___ je vino.
De tas staat naast de persoon met wie je praat.
___ je torba.
Je wijst naar een huis aan de overkant van de straat.
___ je kuća.
i of a?
Vul het juiste woordje in: i (en) zet dingen naast elkaar, a (en / maar) zet ze tegenover elkaar.
Je stelt jezelf voor en vraagt dan de naam van de ander.
Zovem se Ana, ___ ti?
Sunce ___ more.
Grad ___ selo.
Een oudere buurvrouw vraagt hoe het gaat.
Dobro, hvala, ___ Vi?
Iemand vraagt Kako si? en jij antwoordt:
Dobro, ___ ti?
Voda ___ vino.
Kruh ___ mlijeko.
Ja sam iz Hrvatske, ___ ti?
Schrijf het antwoord
Iemand zegt of vraagt iets. Typ in het Kroatisch wat jij antwoordt. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
De ander vraagt naar je vriendin Ana, die naast je staat.
Iemand zegt:Tko je to?
Iemand zegt:Tko si ti?
Iemand zegt:Hvala!
Iemand zegt:Odakle si?
Iemand zegt:Kako ste?
De ander wijst naar het boek in jouw hand.
Iemand zegt:Što je to?
Iemand zegt:Odakle ste?
Iemand zegt:Kako si?
Iemand zegt:Dobar dan!
Iemand zegt:Kako se zoveš?
Schrijf de vraag
Je ziet het antwoord. Typ in het Kroatisch wat er eerst gevraagd of gezegd werd.
De ander antwoordt:To je Ana.
De ander antwoordt:Ja sam iz Hrvatske.
Wat zei de ander net?
De ander antwoordt:Nema na čemu.
De ander antwoordt:Ono je kuća.
De ander antwoordt:Zovem se Ana.
De ander antwoordt:Dobro, hvala. A Vi?
De ander antwoordt:Dobro, hvala. A ti?
De ander antwoordt:Ovo je knjiga.
Vul het gesprek aan
Lees het gesprek en vul de ontbrekende woorden in. Boven elk gesprek staan de woorden die je nodig hebt. Klik op Controleer om je antwoorden en de vertaling te zien.
Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.