← Terug naar oefeningen
Oefening 5.1

Welk vraagwoord?

Je ziet het antwoord. Kies het vraagwoord dat erbij past.

0 / 0 goed

Antwoord: Iz Hrvatske smo.

___ ste?

Antwoord: Dobro, hvala.

___ si?

Antwoord: To je Marko.

___ je to?

Antwoord: Ovo je knjiga.

___ je to?

Antwoord: Oni su ovdje.

___ su Petar i Luka?

Antwoord: Jedan euro.

___ košta?

Antwoord: Ona je Ana.

___ je ona?

Antwoord: Ana je tamo.

___ je Ana?

Antwoord: Iz Belgije sam.

___ si?

Antwoord: Zovem se Ana.

___ se zoveš?

Oefening 5.2

Jesi li, je li…?

Kies de lange vorm die bij de persoon past: Jesi li…?, Je li…?, Jeste li…? of Jesu li…?

0 / 0 goed

Je vraagt het aan twee nieuwe klasgenoten.

___ li vi iz Belgije?

Je wilt weten of Ana hier is.

___ li Ana ovdje?

Je wilt weten of Ana en Marija daar zijn.

___ li one tamo?

Je vraagt het aan je vriendin.

___ li sretna?

Je vraagt het formeel aan de dokter.

___ li Vi iz Zagreba?

Je wilt weten of Marko en Ivan uit Kroatië komen.

___ li oni iz Hrvatske?

Je vraagt het aan je vriend Marko.

___ li umoran?

Je wilt weten of de lerares daar is.

___ li učiteljica tamo?

Oefening 5.3

Geef een kort antwoord

Antwoord kort met ja of nee, zoals gevraagd: Jesam. / Nisam. Een langer antwoord mag ook.

0 / 0 goed

De vraag is voor jou en je vriendin. Antwoord met nee.

Iemand zegt:Jeste li vi iz Belgije?

Antwoord met ja.

Iemand zegt:Je li Marko ovdje?

Antwoord met nee.

Iemand zegt:Je li Ana bolesna?

Antwoord met ja.

Iemand zegt:Jeste li Vi učitelj?

Antwoord met nee.

Iemand zegt:Jesi li gladan?

Antwoord met ja.

Iemand zegt:Jesi li student?

Antwoord met ja.

Iemand zegt:Jesu li oni iz Hrvatske?

Antwoord met ja.

Iemand zegt:Jesi li umoran?

Oefening 5.4

Schrijf de vraag

Je ziet het antwoord. Typ de vraag die erbij hoort.

0 / 0 goed

De ander antwoordt:Jesam, umoran sam.

Je sprak een onbekende formeel aan (Vi).

De ander antwoordt:Jesam, ja sam učitelj.

De ander antwoordt:Nije, Ana nije bolesna.

De ander antwoordt:Iz Splita sam.

De ander antwoordt:Ne, nismo iz Belgije.

De ander antwoordt:Ne, nisam gladna.

De ander antwoordt:Jesu, oni su iz Hrvatske.

De ander antwoordt:Jest, Marko je ovdje.

Oefening 5.5

Vul het gesprek aan

Vul de ontbrekende woorden in: vraagwoorden, jesi li…? en korte antwoorden.

Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.

Een nieuwe klasgenoot

Op de eerste lesdag spreekt Ana een jongen aan. Ze praten informeel (ti).

Woorden:JeKakoNijeJesamJesiOdakle
Ana

Bok! se zoveš?

Luka

Zovem se Luka. li ti Ana?

Ana

! si, Luka?

Luka

Iz Zagreba sam. li učiteljica ovdje?

Ana

. Ona je bolesna.

De nieuwe leraar

Ivan is de nieuwe leraar. Hij spreekt Marija formeel aan (Vi).

Woorden:JesamJetkoOdakleJesteJest
Ivan

Dobar dan! li Vi Marija?

Marija

. A ste Vi?

Ivan

Ja sam Ivan. Ja sam učitelj.

Marija

Aha! ste?

Ivan

Iz Splita sam. li Marko ovdje?

Marija

. On je tamo.