← Terug naar lessen
Les 05

Pitanja

Vragen stellen

Er zijn twee soorten vragen: vragen met een vraagwoord (Waar is Ana?) en ja/nee-vragen (Is Ana hier?). De vraagwoorden ken je grotendeels al uit les 3. Voor ja/nee-vragen gebruik je de lange vorm van biti uit les 4.

Vragen met een vraagwoord

VraagwoordBetekenisVoorbeeldVertaling
tkowieTko je to?Wie is dat?
štowatŠto je to?Wat is dat?
gdjewaarGdje je Ana?Waar is Ana?
kakohoeKako si?Hoe gaat het?
odaklewaarvandaanOdakle si?Waar kom je vandaan?
kolikohoeveelKoliko košta?Hoeveel kost het?

Na het vraagwoord komt de korte vorm van biti, op de tweede plaats, zoals je in les 4 leerde: Gdje je Ana? Odakle si?

Ja/nee-vragen: lange vorm + li

Een ja/nee-vraag begint met de lange vorm van biti, gevolgd door het vraagwoordje li. Daarna komt de rest van de zin. Alleen bij hij, zij en het is de vraag gewoon Je li…?

Jesilange vorm+livraagwoordje+umoran?de rest
PersoonVraagVoorbeeldVertaling
tiJesi li…?Jesi li umoran?Ben je moe?
on, ona, onoJe li…?Je li Ana ovdje?Is Ana hier?
miJesmo li…?Jesmo li tamo?Zijn we er?
vi, ViJeste li…?Jeste li Vi učiteljica?Bent u lerares?
oni, one, onaJesu li…?Jesu li oni iz Hrvatske?Komen zij uit Kroatië?

Over jezelf (Jesam li…?) stel je zelden een vraag, daarom staat ja hier niet bij.

Kort antwoorden

Kort antwoorden doe je ook met de lange vorm: Jesam. (ja) of de ontkenning: Nisam. (nee). Let op: je antwoordt over jezelf, dus op Jesi li…? zeg je Jesam, en op Jeste li vi…? (jullie) Jesmo. Je mag er Da (ja) of Ne (nee) voor zetten: Da, jesam. Ne, nisam.

VraagJaNee
Jesi li umoran?Jesam.Nisam.
Je li on ovdje?Jest.Nije.
Jeste li Vi učiteljica?Jesam.Nisam.
Jeste li vi iz Belgije?Jesmo.Nismo.
Jesu li oni iz Hrvatske?Jesu.Nisu.
Wist je dat?

Je hoort soms ook Da li si umoran? Die vorm is vooral Servisch en Bosnisch. In het Kroatisch zeg je Jesi li umoran?