Ponavljanje
Herhaling 01 · Alles van les 1 tot 10 herhaald
Vertaal: zijn en niet zijn
Typ de Kroatische vertaling. Let op man of vrouw. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
Nederlands:Ik ben geen student.
Nederlands:Luka heeft honger.
Nederlands:Is Ana hier?
Nederlands:Wij komen uit België.
Nederlands:Ik heb honger. (je bent een vrouw)
Nederlands:Zijn jullie moe?
Nederlands:Zij is lerares.
Nederlands:Komt u uit Zagreb?
Nederlands:Nee, ik ben niet ziek. (je bent een man)
Nederlands:Ana is hier niet.
Nederlands:Zij zijn hier.
Nederlands:Ben je gelukkig? (tegen een vriendin)
Nederlands:Waar is Marko?
Nederlands:Wij komen niet uit Kroatië.
Nederlands:Hij is arts.
Nederlands:Ik ben moe.
Vertaal: vragen
Typ de Kroatische vertaling. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
Nederlands:Waar komt u vandaan?
Nederlands:Waar zijn de kinderen?
Nederlands:Hoe heet je?
Nederlands:Hoeveel kost het?
Nederlands:Wie is dat?
Nederlands:Zijn jullie studenten?
Nederlands:Hoeveel kost de koffie?
Nederlands:Is dat een boek?
Nederlands:Wat is dat?
Nederlands:Waar is de bril?
Nederlands:Waar kom je vandaan?
Nederlands:Wie zijn zij?
Nederlands:Ben jij lerares?
Nederlands:Komen zij uit Kroatië?
Nederlands:Hoe gaat het met u?
Nederlands:Is Marko moe?
Vertaal: het meervoud
Typ de Kroatische vertaling. Denk aan de uitzonderingen. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
Nederlands:de artsen
Nederlands:de huizen
Nederlands:de tanden
Nederlands:de gasten
Nederlands:De kinderen zijn daar.
Nederlands:De studenten zijn moe.
Nederlands:de ogen
Nederlands:de steden
Nederlands:De honden zijn daar.
Nederlands:de dorpen
Nederlands:de messen
Nederlands:De mensen zijn hier.
Nederlands:De boeken zijn hier.
Nederlands:de leerlingen
Nederlands:de broers
Nederlands:de namen
Vertaal: bijvoeglijke naamwoorden
Typ de Kroatische vertaling. Let op het echte geslacht. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
Nederlands:goede wijn
Nederlands:Het weer is mooi.
Nederlands:De broek is zwart.
Nederlands:een goede papa
Nederlands:De boeken zijn duur.
Nederlands:kleine dorpen
Nederlands:Goedenavond!
Nederlands:een oude stad
Nederlands:rode schoenen
Nederlands:goed nieuws
Nederlands:goede mensen
Nederlands:Luka is moe.
Nederlands:een groot huis
Nederlands:De zee is koud.
Nederlands:een blauwe trui
Nederlands:Het huis is mooi.
Vertaal: getallen, eten en het lichaam
Typ de Kroatische vertaling. Hoofdletters, leestekens en accenten (š, č, …) hoeven niet.
Nederlands:vijf euro
Nederlands:Het kost tien euro.
Nederlands:De rekening, alstublieft.
Nederlands:één huis
Nederlands:twee euro
Nederlands:één euro
Nederlands:Eén koffie, alstublieft.
Nederlands:De soep is lekker.
Nederlands:twee boeken
Nederlands:Mijn been doet pijn.
Nederlands:drie euro
Nederlands:Eén bier, alstublieft.
Nederlands:één dorp
Nederlands:Ik heb hoofdpijn.
Nederlands:Hoeveel kost de jas?
Nederlands:twee steden
Antwoord op de vraag
Lees de vraag en typ je antwoord in het Kroatisch. Soms staat erbij wat je wilt antwoorden. Hoofdletters, leestekens en accenten hoeven niet.
Iemand zegt:Je li Ana ovdje?
Het kost tien euro.
Iemand zegt:Koliko košta majica?
Ja, het appartement is groot.
Iemand zegt:Je li stan velik?
Ze zijn daar.
Iemand zegt:Gdje su djeca?
Het kost twee euro.
Iemand zegt:Koliko košta kava?
Iemand zegt:Kako si?
Iemand zegt:Jesi li umoran?
Ja, de soep is lekker.
Iemand zegt:Je li juha dobra?
Dat is Marko.
Iemand zegt:Tko je to?
Iemand zegt:Odakle si?
Nee, de zee is niet koud.
Iemand zegt:Je li more hladno?
Iemand zegt:Jeste li Vi iz Zagreba?
Een boek.
Iemand zegt:Što je to?
Iemand zegt:Kako se zoveš?
Ja, de schoenen zijn nieuw.
Iemand zegt:Jesu li cipele nove?
Ja, jullie hebben allemaal honger.
Iemand zegt:Jeste li gladni?
Stel de vraag
Je ziet het antwoord. Typ in het Kroatisch de vraag die erbij hoort.
De ander antwoordt:Jesmo, gladni smo.
De ander antwoordt:Jesam, umoran sam.
De ander antwoordt:Zovem se Petra.
De ander antwoordt:Nije, Ana nije ovdje.
De ander antwoordt:Jest, Marko je ovdje.
De ander antwoordt:To je kuća.
De ander antwoordt:Iz Splita sam.
De ander antwoordt:To je Ana.
De ander antwoordt:Kava je dva eura.
De ander antwoordt:Jesu, oni su studenti.
De ander antwoordt:Dobro sam, hvala. A ti?
De ander antwoordt:Ja sam Luka.
De ander antwoordt:Iz Zagreba smo.
De ander antwoordt:Pet eura.
De ander antwoordt:Ana je tamo.
De ander antwoordt:Nisam, nisam gladna.
Verbeter de fout
In elke zin zit één fout. Schrijf de zin juist.
Fout:Pasi su tamo.
Fout:Ana je bolestan.
Fout:Sam umoran.
Fout:Luka je umorna.
Fout:Kuća je velik.
Fout:Jesi li Vi iz Zagreba?
Fout:Mi nisu iz Hrvatske.
Fout:Studenti su umoran.
Fout:jedan kuća
Fout:Djeca je tamo.
Fout:Ja je umoran.
Fout:Gdje je naočale?
Fout:Gostovi su tu.
Fout:dva knjige
Fout:pet euro
Fout:Dobar večer!
Bouw de zin (kort)
Typ de zin, of tik de woorden aan in de juiste volgorde. Hoofdletters, leestekens en accenten hoeven niet. Let op: er zit soms een woord bij dat er niet in hoort.
De honden zijn daar.
Waar komt u vandaan?
Heb je honger?
Dat zijn mooie namen.
De broek is blauw.
Ana is hier niet.
Goedenavond!
Eén koffie, alstublieft.
Ik heb hoofdpijn.
Luka is moe.
Waar zijn de kinderen?
De leerlingen zijn hier.
Hoeveel kost het T-shirt?
Ik kom uit België.
De koffie kost twee euro.
Waar is Marko?
Bouw de zin (lang)
Typ de zin, of tik de woorden aan in de juiste volgorde. Hoofdletters, leestekens en accenten hoeven niet. Let op: er zit soms een woord bij dat er niet in hoort.
Ben je moe, Ana?
De deur is daar, en de bril ligt hier.
Wij komen niet uit Kroatië, wij komen uit België.
De studenten zijn moe en hebben honger.
Goed, dank je, en met jou?
Hoeveel kost het rode T-shirt?
Ben je moe, Ana?
De kinderen en de honden zijn daar.
Komt u uit Zagreb?
Dit is een boek, en dat daar is een huis.
De artsen zijn hier, en de leerlingen daar.
Het huis is groot en mooi.
Luka is een goede collega.
De boeken zijn duur, en het brood is goedkoop.
Papa is moe, en mama is gelukkig.
De gasten zijn hier, en de kinderen daar.
Klik het geslacht aan
Woorden uit alle lessen, ook de uitzonderingen. Kijk niet alleen naar de laatste letter!
Zet in het meervoud
Gewone regels en uitzonderingen door elkaar. Accenten hoeven niet.
Enkelvoud:čovjek
Enkelvoud:dijete
Enkelvoud:oko
Enkelvoud:kuća
Enkelvoud:brat
Enkelvoud:učenik
Enkelvoud:selo
Enkelvoud:grad
Enkelvoud:pas
Enkelvoud:gost
Enkelvoud:ime
Enkelvoud:more
Enkelvoud:student
Enkelvoud:nož
Enkelvoud:noć
Enkelvoud:tata
Welke vorm past?
Biti, getallen en bijvoeglijke naamwoorden door elkaar. Kijk goed naar het woord waar het bij hoort.
Mi ___ iz Belgije.
___ tata
Vrijeme je ___.
Ana ___ umorna.
___ knjiga
Gdje ___ naočale?
Luka je ___.
Ja ___ umoran.
Sela su ___.
Kuće su ___.
___ večer!
dva ___
Je vraagt het aan een vriend.
___ li umoran?
Cipele su ___.
___ knjige
Djeca ___ tamo.
Wat zeg je?
Lees de situatie en kies wat je zegt.
Je klinkt met je glas.
Je hebt hoofdpijn.
Je komt ’s ochtends een winkel binnen.
Je wilt weten hoeveel iets kost.
Iemand bedankt je.
Je botst per ongeluk tegen een vriend aan.
Je vertelt dat je uit België komt.
Je vraagt een oudere buurvrouw hoe het gaat.
Iemand begint te eten.
Je wilt betalen in het restaurant.
Je wilt weten waar een vriend vandaan komt.
Je wilt weten wie dat is.
Je vraagt waar de bril is.
Je begrijpt het niet.
Je gaat slapen.
Je maakt kennis met iemand.
Goed of fout?
Lees de zin en kies of hij klopt. Na je keuze zie je waarom.
ime is mannelijk.
more is onzijdig.
Na dva, tri en četiri zeg je eura.
Na pet zeg je euro.
Jesi li…? is formeel.
Woorden op -ost zijn vrouwelijk.
Je zegt: jedan knjiga.
dvije gebruik je bij vrouwelijke woorden: dvije knjige.
vrata is vrouwelijk enkelvoud.
In het meervoud gebruik je su.
Boli me glava. betekent: ik heb hoofdpijn.
Het meervoud van čovjek is čovjeki.
Met Vi spreek je iemand formeel aan.
De korte vorm mag vooraan: Sam umoran.
Het meervoud van pas is psi.
tata is vrouwelijk, want het eindigt op -a.
De vreemde eend
Welk woord past niet bij de andere twee? Lees de vraag goed: die verandert telkens.
Welk woord is geen vraagwoord?
Welk woord heeft een ander geslacht dan de andere twee?
Welk woord is geen lichaamsdeel?
Welk woord heeft een ander geslacht dan de andere twee?
Welk woord heeft een ander geslacht dan de andere twee?
Welk woord heeft een ander geslacht dan de andere twee?
Welke uitdrukking is geen begroeting?
Welk woord is geen kledingstuk?
Welk woord is géén meervoud?
Welk woord heeft een ander geslacht dan de andere twee?
Welk woord is geen getal?
Welk woord is géén meervoud?
Welk woord is geen eten of drinken?
Welk woord is geen kleur?
Welk woord is geen bijvoeglijk naamwoord?
Welk woord is géén meervoud?
Schrijf het getal
Schrijf het getal of de prijs in woorden. Let op euro of eura.
Getal:64
Getal:12
Getal:99
Getal:38
Getal:3 €
Getal:25 €
Getal:20
Getal:41
Getal:100
Getal:15
Getal:79
Getal:7
Getal:1 €
Getal:23
Getal:82
Getal:56
Zin en betekenis
Klik links een woord aan en daarna rechts wat erbij hoort (of omgekeerd). Een paar telt als juist als je het zonder fout vindt.
Gesprekken (1)
Drie gesprekken met alles wat je tot nu toe leerde. In de woordenbank staan ook een paar woorden die niet passen.
Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.
Gesprekken (2)
Nog drie gesprekken. Zet de woordenbank uit als je het jezelf moeilijker wilt maken.
Tip: lees het gesprek hardop, zeker als je het ingevuld hebt. Zo oefen je meteen je uitspraak, en onthoud je de zinnen veel beter.